Ontwikkelingen in het gebied

Lees hier alle nieuwsberichten over de ontwikkelingen in het Zuidelijk Westerkwartier. Wilt u op de hoogte blijven? Abonneer dan op de nieuwsbrief. 

Het dwarsdiep: een beekdal vol verhalen

Wie langs Dwarsdiep fietst, ziet een weids beekdal met graslanden, waterpartijen en vogels. Maar ooit was het een en al bedrijvigheid op en rond dit water. Joost Eskes, historicus en bestuurslid van Stichting De Oude Riet, heeft zich verdiept in de rijke geschiedenis van het Dwarsdiep. "Voor sommige mensen is het gewoon een riviertje. Maar als je weet dat daar honderden jaren geschiedenis achter zit, komt het tot leven.”

Het Dwarsdiep is van origine een veenrivier, onderdeel van een groter stelsel dat de Oude Riet wordt genoemd. Rond het jaar 800 brak de Lauwerszee door de venen ten noorden van dit dal en stroomde diep het Westerkwartier in. Via de oevers van dat water trokken mensen de venen in. Ze bewerkten het land, groeven kaarsrechte sloten en bouwden hun boerderijen op de oevers. Doordat het veen zakte, trokken ze steeds verder landinwaarts. Die kaarsrechte sloten zie je nog steeds terug in het landschap.

Alles ging per schip

De landwegen in het gebied waren tot diep in de vorige eeuw ‘s winters modderig en grotendeels onbegaanbaar. Het Dwarsdiep was daarom de levensader van het gebied. Vanuit Nuis bijvoorbeeld konden schippers het Dwarsdiep bereiken en doorvaren naar Enumatil en de stad Groningen. Varkens, aardappelen, manufacturen: alles werd per schip afgevoerd en aangevoerd. Zelfs de jaarlijkse kermis kwam zo het gebied in. 

Huis met mensen voor het gebouw: café Kats bij de Tolberterpetten

Café Kats bij de Tolberterpetten in de jaren '30, foto Archief Fredewalda, Tolbert.


Turfwinning

Tot 1910-1920 was het Dwarsdiep ook een turfvaarroute. De turf werd verscheept naar de stad Groningen en van daaruit naar steden als Amsterdam. Het was hard werken voor de turfgravers en de opbrengsten kwamen niet bij hen terecht, maar bij de veenbazen en eigenaren. 

In de jaren dertig, na de turfwinning, werden werklozen ingezet om van de uitgeveende gebieden landbouwgrond te maken. Café Kats, dat tot in de jaren vijftig aan het Kret stond bij de Matsloot, was zo’n locatie waar de arbeiders hun dorst kwamen lessen. "Het wemelde van de cafés," vertelt Eskes. "Er was veel alcoholisme vanwege het harde bestaan.”


De Balktil: oudste waterstaat 

Het Dwarsdiep kent nog meer plekken waar bedrijvigheid zichtbaar was. Op het kerkhof van Oldekerk kwamen in 1385 al acht pastoors en twee proosten bijeen om afspraken te maken over de waterafvoer van deze rivier. Er moest een knijpe, een soort dam, komen bij de Balktil. Eskes: "Zo ver gaat dat al terug." 
Bij de til (brug) ontstond later ook een belangrijke losplaats waar schippers goederen losten en laadden en hun schepen keerden. “Naast de brug stond een boerderij die als stille herberg fungeerde. Zonder vergunning, maar iedereen wist ervan. Die boerderij staat er nog.”

Boerderij bij de brug til

De boerderij bij de til (brug). Door Conny Sportel, 2022.


Een turfschip als brug naar nu

Nu is het Dwarsdiep onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en krijgt het gebied een functie als waterberging. Tegelijk wil de Stichting De Oude Riet de geschiedenis van het Oude Riet levend houden. Dat kan bijvoorbeeld door aan de fietsbrug over het Dwarsdiep een kunstwerk toe te voegen dat verwijst naar een turftjalk, een schip dat hier veel voer. Drie kunstenaars maken hiervoor een ontwerp en in juni kiezen een vak- en een publieksjury het winnende ontwerp. Vervolgens gaat de stichting subsidie aanvragen voor de uitvoering.
Eskes hoopt dat het kunstwerk de aandacht vestigt op het beekdal. "Het is een prachtig landschap met een levendige geschiedenis. De eerste keer dat ik hier langs fietste, zag ik direct: dit is echt een dal met vogels, reeën en een weids uitzicht. Dat verdient het om gedeeld te worden."